Jan Roodhooft

economy, icons, stock index-1294549.jpg

Waarom het indexeren van je prijzen niet altijd zomaar mogelijk is

Als je een contract voor een langere duur met een klant afsluit, dan denk je er misschien wel aan om de overeengekomen prijs te koppelen aan één of andere index.  Maar wist je dat dit vaak niet zomaar kan en dat zo’n prijsaanpassing in heel wat gevallen niet geldig is? Wat zegt de wet? Indien je de mogelijkheid wil behouden om de prijs die je met een klant afsprak in de loop van de tijd aan te passen, dan is het belangrijk dat te voorzien in de overeenkomst die je met de klant afsluit.  Weet dan dat het niet zomaar opgaat om af te spreken dat de prijs wordt aangepast aan één of andere index. De wet (wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen) zegt nu eenmaal dat je in de overeenkomst met je klanten of opdrachtgevers niet zomaar een clausule kunt opnemen waarbij je bepaalt dat de prijs jaarlijks wordt aangepast in functie van het indexcijfer van de consumptieprijzen of van enig ander indexcijfer.  Doe je dat toch dan is deze clausule nietig. Je riskeert dus dat de klant zich beroept op deze nietigheid en (met succes) weigert een hogere prijs te betalen. Er zijn uitzonderingen Op de voorgaande regel bestaan er een aantal uitzonderingen.  Meer bepaald kan er in de sector waarbinnen je actief bent een afwijkende regeling bestaan.  Verder is het opnemen van een indexatieclausule ook toegestaan in huurcontracten of in overeenkomsten die betrekking hebben op prestaties geleverd door de beoefenaars van vrije beroepen (zoals bv. een advocaat of accountant). Wat kan er wel? Je kan de prijs die je met je klant afspreekt onder bepaalde voorwaarden wel koppelen aan parameters die de reële kosten vertegenwoordigen. Daarbij mag iedere parameter alleen toepasselijk zijn op dat gedeelte van de prijs dat beantwoordt aan de kosten die het vertegenwoordigt en de clausule mag maximaal spelen tot een bedrag van maximum 80% van de eindprijs.

Waarom het indexeren van je prijzen niet altijd zomaar mogelijk is Meer lezen »

proof, breathalyzer, driver-337369.jpg

Dit zijn je rechten bij een alcoholcontrole

Als je onderweg moet stoppen voor een alcoholcontrole heb je niet alleen plichten maar ook een aantal rechten. Wat kan je op dat moment zoal vragen en wanneer is dat zinvol? Een kwartier wachten Het kan wel eens gebeuren dat je vlak voordat je moet stoppen voor een alcoholcontrole nog een alcoholisch drankje gedronken hebt.  In dat geval kan het nuttig zijn te vragen dat je een wachttijd krijgt van 15 minuten. Weet wel dat je die wachttijd maar één keer kan vragen. Onderging je eerst (na de wachttijd van 15 minuten) een ademtest en is het resultaat P of A (positief of alarm) en moet je vervolgens een ademanalyse ondergaan dan kan je niet nogmaals om een wachttijd daarvoor vragen. Een tweede en derde ademanalyse vragen Als je het niet eens bent met de resultaten van de eerste ademanalyse, dan mag je een nieuwe analyse vragen.  Weet dat dit niet geldt in de omgekeerde richting. Als de agenten twijfelen over de eerste analyse die in je voordeel was dan mogen ze je niet verplichten er een tweede te ondergaan. Ze mogen dan al evenmin vragen dat je een bloedproef ondergaat zelfs al gebeurde dit alles met jouw instemming. Zijn de resultaten van de eerste en de tweede analyse te uiteenlopend dan kan je ook nog een derde analyse vragen. Bloedproef Je hebt ook soms het recht om een bloedproef te vragen. Dat recht heb je meer bepaald als de ademanalyses wijzen op een alcoholgehalte van meer dan 0.8 promille in je bloed. Weet wel dat de bloedproef op jouw kosten gebeurt als de overtreding erdoor bevestigd wordt. Een bloedproef kan enkel worden afgenomen door een dokter.

Dit zijn je rechten bij een alcoholcontrole Meer lezen »

appartment building, block, building-835817.jpg

Een beslissing van de algemene vergadering van mede-eigenaars aanvechten doe je zo

De belangrijke beslissingen binnen een appartementsgebouw worden genomen door de zogenaamde algemene vergadering van mede-eigenaars. Wat kan je doen als daar een beslissing wordt genomen waar je het niet mee eens bent? Welke stappen kan je dan ondernemen? Als eigenaar binnen een appartementsgebouw kan je niet alleen beslissen over zaken die het gebouw en de gemene delen aangaan. Die beslissingen worden integendeel veelal genomen  door de algemene vergadering van mede-eigenaars met een gewone (of grotere) meerderheid van stemmen. Tegen stemmen Ben je het niet eens met een bepaald voorstel dat op de algemene vergadering van mede-eigenaars voorligt, dan dien je tegen te stemmen.  Doe je dat niet en stem je voor, dan kan je de beslissing in kwestie later niet meer in vraag stellen.  Geef je iemand een volmacht om op de algemene vergadering in jouw plaats aanwezig te zijn en te stemmen geef deze dan duidelijke instructies over hoe deze op de vergadering moet stemmen. Beslissing aanvechten? Wordt er uiteindelijk een beslissing genomen waar je het niet mee eens bent, dan kan je die onder bepaalde voorwaarden aanvechten. De wet zegt namelijk dat iedere mede-eigenaar aan de rechter kan vragen een onregelmatige, bedrieglijke of onrechtmatige beslissing van de algemene vergadering te vernietigen of te wijzigen.  Je zal dus moeten aantonen dat de beslissing inderdaad onregelmatig, bedrieglijk of onrechtmatig was. Bovendien is om de beslissing te kunnen aanvechten vereist dat die je een persoonlijk nadeel oplevert. Wil je een beslissing aanvechten overleg dan met een advocaat over je kansen. Hoe te werk gaan? Weet dat een beslissing van de algemene vergadering niet onbeperkt in de tijd kan worden aangevochten.  Je moet dat namelijk doen binnen de 4 maanden vanaf de datum waarop de algemene vergadering plaatsvond. Hierbij is de vrederechter bevoegd van de plaats waar het gebouw is gelegen. Ons kantoor kan je bijstaan in procedures om beslissingen van de algemene vergadering in vraag te stellen en je adviseren omtrent je kansen op succes.

Een beslissing van de algemene vergadering van mede-eigenaars aanvechten doe je zo Meer lezen »

house, keys, the door-1407562.jpg

Dit kan je doen als de (ver-)koper na de compromis afhaakt…

Je hebt een akkoord met een (ver-)koper over de aankoop van een woning of appartement. Nadat de compromis werd ondertekend ziet de andere partij evenwel af van de koop. Welke stappen kan je in dat geval ondernemen? De compromis is bindend Het uitgangspunt bij het beantwoorden van deze vraag is dat de compromis bindend is. Zowel jij als de andere partij zitten daar aan vast. Het feit dat er nog een notariële akte dient te worden verleden doet daar niets aan af. Een uitzondering op die regel bestaat als de verkoop gekoppeld wordt aan een opschortende voorwaarde en die uiteindelijk niet vervuld wordt. Denk daarbij maar aan het geval dat de koper als opschortende voorwaarde laat opnemen dat hij een lening dient te krijgen en hij daar uiteindelijk niet in slaagt. Een tweede uitzondering bestaat als de compromis om één of andere reden niet geldig zou zijn. Een advocaat kan dit voor je nakijken. Gedwongen uitvoering of schadevergoeding Eens de compromis werd getekend moet de notariële akte in principe binnen de vier maanden worden verleden. Als de andere partij weigert om daaraan mee te werken en een ingebrekestelling niet helpt kan je naar de rechtbank stappen. Daar kan je vooreerst de ontbinding van de koop met een schadevergoeding vragen.  Vaak wordt daarbij een vergoeding toegekend van zowat 10 % van de afgesproken koopprijs. Een alternatief bestaat erin de gedwongen uitvoering van de koop te vragen met eventueel een bijkomende schadevergoeding.  Je zou ook kunnen vragen dat het vonnis van de rechtbank geldt als ‘akte’ voor de koop. Ben je verkoper ga dan voor je de gedwongen uitvoering van de koop vraagt na of de koper wel voldoende solvabel is om de koopsom op te hoesten. Als dat niet het geval is ben je vaak beter af om de ontbinding van de koop te vragen (met een schadevergoeding) zodat je aan iemand anders kan verkopen die wel voldoende financiële middelen heeft. Koop-verkoopbelofte Ondertekende je geen compromis maar een koop-verkoopbelofte dan zit je daar ook aan vast. Wordt de optie dan gelicht door één van de partijen en wordt opvolgend geweigerd om de verkoopakte op te laten stellen dan kan al eveneens een schadevergoeding worden gevraagd (of is de optieprijs verworven). Weet wel dat het in zo’n geval moeilijker kan zijn om ook de gedwongen uitvoering van de verkoop te vragen. Een denkpiste bestaat er eventueel wel in om de andere partij te laten verplichten tot ondertekening van de notariële verkoopovereenkomst over te gaan onder verbeurte van een dwangsom.  Vaak zal je ook hiervoor naar de rechtbank moeten stappen waarbij je best een beroep doet op de diensten van een advocaat.

Dit kan je doen als de (ver-)koper na de compromis afhaakt… Meer lezen »

sky, clouds construction, brick layer-78113.jpg

Zo lang is je aannemer aansprakelijk voor gebreken aan je woning

Je deed een beroep op een aannemer voor het bouwen of verbouwen van je woning.  Een tijdje na de uitvoering van de werken duiken er gebreken op.  Hoe lang kan je je aannemer daarvoor aansprakelijk stellen? Zichtbare gebreken Is er sprake van zichtbare gebreken dan moet je die ten laatste inroepen op het moment van de oplevering van de werken. Zichtbare gebreken zijn bijvoorbeeld een muurtegel die gebarsten is, een vloer die scheef ligt en dies meer.  Weet overigens dat een oplevering niet altijd even ‘formeel’ gebeurt.  Zo kan het zonder meer betalen van de laatste factuur van je aannemer of het feit dat je je intrek neemt in de woning of de werken zonder meer in gebruik neemt zonder opmerkingen te maken wel eens als een aanvaarding van de werken worden aanzien. Tienjarige aansprakelijkheid Voor sommige gebreken is je aannemer 10 jaar aansprakelijk.  In tegenstelling tot wat wel eens wordt gedacht geldt dat niet voor alle problemen die zich later voordoen met de door de aannemer uitgevoerde werken.  Het gaat integendeel enkel om gebreken die van aard zijn om de stevigheid van het gebouw of van een belangrijk onderdeel ervan in het gedrang te brengen. De meeste gebreken zullen echter niet zo ver gaan.  Voorbeelden van gebreken die een tienjarige aansprakelijkheid met zich kunnen brengen zijn het wegzakken van de funderingen, het rotten van het buitenschrijnwerk en dies meer. Lichtere gebreken Is er sprake van lichtere verborgen gebreken dan is je aannemer geen tien jaar aansprakelijk.  Je moet zo’n gebreken inroepen binnen een korte termijn nadat je ze hebt vastgesteld. Je zal, als er zich zo’n gebrek voordoet, ook moeten aantonen dat het gebrek al ‘in de kiem’ aanwezig was op het moment van de oplevering van de werken (hoewel het dan nog niet te zien was).  Voorbeelden van zo’n lichte gebreken zijn het ontstaan van condensatie in beglazing, het afschilferen van buitenschilderwerk enz….  Extra garantie Het gebeurt soms dat je aannemer je meer garantie geeft dan diegene die hij je wettelijk gezien moet geven.  Krijg je zo’n commerciële garantie dan kan het zijn dat je langer bij je aannemer kan aankloppen als er gebreken zijn. De garantievoorwaarden zijn in dat geval bepalend om te weten wat je precies kan vragen.

Zo lang is je aannemer aansprakelijk voor gebreken aan je woning Meer lezen »

for rent, sign, rental-148891.jpg

Vijf tips om te vermijden dat de huur niet correct betaald wordt

Als je een onroerend goed verhuurt is het voor jou allicht essentieel dat de huur correct betaald wordt. Hoe kan je ervoor zorgen dat dit ook gebeurt? Wat kan je doen als de huurder zich niet houdt aan zijn betalingsverplichting? Selecteer de huurder Zorg er vooreerst voor dat je voldoende kritisch bent op het moment dat je de huurder selecteert.  Je hebt daarbij het recht om te vragen naar diens inkomsten. Je kan zelfs aan een kandidaat-huurder vragen dat die een bewijs voorlegt van zijn inkomsten (bv. een loonfiche). Het Waalse huurdecreet zegt ook dat je van kandidaat-huurders het bewijs mag vragen van de betaling van de laatste drie huurgelden. In Vlaanderen en in het Brusselse gewest staat die mogelijkheid niet in de huurwetgeving. Hou er wel rekening mee dat je niet mag eisen dat de inkomsten van de huurder voortkomen uit een arbeidscontract.  Je mag kandidaten die een vervangingsinkomen of een zelfstandige activiteit hebben nu eenmaal niet discrimineren. Laat de huur bij het begin van de maand betalen Je kan in het huurcontract bepalen wanneer de huurder de huur precies moet betalen.  Het is daarbij aangewezen overeen te komen dat de huurder de huur op voorhand moet betalen en dit bv. uiterlijk tegen de vijfde van de maand waarop de huur betrekking heeft. Dit heeft als voordeel dat je sneller kan inspelen op wanbetalingen door je huurder. Werk met een domiciliëring Je kan verder vragen dat je huurder de huur betaalt met een permanente opdracht die deze aan de bank geeft.  Op die manier vermijd je dat de huurder ‘vergeet’ om de huur voor een bepaalde maand te betalen. Stuur een ingebrekestelling Wordt de huur voor een bepaalde maand te laat betaald, neem dan dadelijk (telefonisch of mondeling) contact op met je huurder.  Vraag hem dadelijk alsnog het nodige te doen.  Helpt dat niet stuur dan een aangetekende ingebrekestelling aan je huurder. Maan deze aan de huur alsnog te betalen en dit bv. binnen de week na de ingebrekestelling.  Je zou ook in het huurcontract kunnen bepalen dat de huurder een (beperkte) schadevergoeding verschuldigd is bij een laattijdige betaling (bv. 25 euro). Vraag de ontbinding Helpt ook dat niet dan kan je een advocaat een ingebrekestelling laten sturen. Je kan ook naar de rechtbank stappen om daar te vragen dat de huurder veroordeeld wordt tot betaling. Je kan voor de rechtbank eventueel ook de ontbinding van de huur vragen.  Weet dat de meeste rechters hiervoor vragen dat er een huurachterstal is van drie maand of meer.

Vijf tips om te vermijden dat de huur niet correct betaald wordt Meer lezen »

hand, man, flick-110306.jpg

Zo kan je een ontslag om een dringende reden aanvechten

Stel : je wordt ontslagen om een dringende reden. In dat geval hoef je je daar niet noodzakelijk bij neer te leggen en kan je het ontslag wel eens aanvechten. Welke argumenten kan je daarbij zoal gebruiken? Driedagentermijn Je kan vooreerst nakijken of je werkgever de dubbele driedagentermijn die bij zo’n ontslag om een dringende reden van toepassing is wel naleefde. Meer bepaald moet je werkgever het ontslag om een dringende reden geven binnen de drie werkdagen nadat hij voldoende kennis had van de feiten.  Vervolgens heeft je werkgever drie werkdagen de tijd na het ontslag om je op de hoogte te brengen van de redenen voor het ontslag. Voldoende motiveren Je werkgever moet het ontslag om een dringende reden ook motiveren. Hij moet de feiten waarop hij zich baseert voldoende nauwkeurig en duidelijk omschrijven in de brief die de motivering van het ontslag om dringende reden aan jou meedeelt. Dit moet je toelaten om je verweer voor te bereiden.  Bovendien moet de motivering de rechtbank (die later eventueel het ontslag moet beoordelen) toelaten om na te gaan of de ontslagredenen wel voldoende ernstig zijn. Inhoudelijk geen voldoende reden Als het ontslag voldoet aan alle vormelijke voorwaarden kan je het nog aanvechten door te zeggen dat er inhoudelijk geen voldoende reden voor een ontslag om een dringende reden voorligt of dat je werkgever de feiten die hij tegen je inroept niet bewijst. Weet daarbij dat een ontslag om dringende reden sowieso iets uitzonderlijks moet blijven en enkel aan de orde kan zijn als de feiten dusdanig zijn dat die de samenwerking tussen jou en de werkgever dadelijk en definitief onmogelijk maken. Tijdig reageren Meen je dat het ontslag om een dringende reden onterecht werd gegeven dan kan je dat aanvechten voor de rechtbank.  Volgt de rechtbank je in je redenering dan kan je een verbrekingsvergoeding vragen.  Je kan eventueel nog bijkomende vergoedingen vorderen (bv. een vergoeding wegens misbruik van ontslag). Hou er wel rekening mee dat je een vordering om het ontslag om een dringende reden aan te vechten moet aanhangig maken bij de rechtbank binnen het jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. Weet ook dat er voor beschermde werknemers specifieke regels gelden. Jan Roodhooft

Zo kan je een ontslag om een dringende reden aanvechten Meer lezen »

divorce, separation, marriage breakup-619195.jpg

Drie aandachtspunten als men van jou als bedrijfsleider een onderhoudsuitkering vraagt

Stel : je oefent je beroepsactiviteit uit binnen een vennootschap en je ex vraagt om een onderhoudsuitkering voor zichzelf of voor de kinderen. Met wat houdt men dan rekening om je draagkracht te bepalen? Hoe kan je je ‘verdedigen’? Je draagkracht is vaak hoger dan wat je je ‘uitkeert’ Hou er vooreerst rekening mee dat bij een discussie voor de rechtbank die allicht met ‘meer inkomsten’ rekening zal houden dan met wat je je maandelijks uitkeert. Men zal daarnaast namelijk ook kijken naar de voordelen in natura die je je toekent (bv. het wonen in een onroerend goed van de vennootschap, het gebruik van een auto, privékosten die door de vennootschap worden gedragen enz.).   Verder kan de rechtbank wel eens van oordeel zijn dat je je meer kan uitkeren vanuit de vennootschap omdat je nu gelden reserveert. Men kan dan zeggen dat je je mogelijkheden om inkomsten te verwerven niet ‘uitput’ en daarvoor een extra inkomen in aanmerking nemen. Ook met uitgekeerde dividenden kan eventueel rekening worden gehouden. Speel voldoende open kaart Indien je onvoldoende gegevens voorlegt over je vennootschap, riskeer je dat de rechtbank je inkomsten ‘zelf’ gaat begroten of dat een gerechtsdeskundige wordt aangesteld die de vennootschap dan gaat doorlichten. Vaak heb je dat om begrijpelijke redenen maar liever niet. Het is dan ook belangrijk voldoende open kaart te spelen zodat dit niet gebeurt.  Wij overleggen daarbij graag met jou welke gegevens dienen te worden bijgebracht en hoe dit gebeurt. Breng de nodige argumenten aan Het is verder van groot belang in een procedure goede argumenten naar voor te brengen om je inkomsten en draagkracht niet te laten ‘overschatten’. Zo kan je bv. wel eens argumenteren dat je binnen het bedrijf niet alleen kan beslissen om winsten uit te keren, dat jje bijdragen in een groepsverzekering of IPT betaalt omdat je later als zelfstandige een beperkt pensioen hebt en dies meer.  Ook argumenten over de economisch onzekere toestand waarin de vennootschap zich bevindt en de noodzaak reserves op te bouwen kunnen wel eens belangrijk zijn. We overleggen graag met, al dan niet in overleg met je accountant, hoe een sterke argumentatie op te bouwen. Jan Roodhooft

Drie aandachtspunten als men van jou als bedrijfsleider een onderhoudsuitkering vraagt Meer lezen »